Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Fenusella nana

Fenusella nana (Klug, 1816)

op Betula (Alnus)

Fenusella nana: mine on Betula pendula

Betula pendula, Hongarije, Mosonmagyaróvár, 24.v.2018 © László Érsek: mijn, bovenzijde

Fenusella nana: mine on Betula pendula

onderzijde

Fenusella nana: mine on Betula pendula

mijn in doorvallend licht

Fenusella nana: mine on Betula pendula

geopende mijn

Fenusella nana: larva

larve, dorsaal en ventraal

Fenusella nana: larva

kop en thorax, dorsaal

Fenusella nana: larva

lateraal

Fenusella nana: larva

kop en thorax, ventraal

Fenusella nana: larva

abdomen uiteinde, ventraal

Fenusella nana: occupied mine on Betula pendula

Betula pendula, België, prov. Antwerpen, Mol © Carina Van Steenwinkel

Fenusella nana: larva in the mine

de larve ligt ruggelings in de mijn

Fenusella nana: vacated mine on Betula pendula

verlaten mijn

Fenusella nana: two young mines

ongewoon: twee beginnende mijnen in hetzelfde blad

Fenusella nana mine

Betula, Ruinen, Echtenerzand: jonge mijn met dode larve; © Kees Boele

Fenusella nana mine

Betula pubescens, Bergen NH

mijn

Grote blaasmijn, die begint met een compacte, driehoekige frassprop aan de bladrand; deze ontstaat doordat de nog jonge larve met zijdelingse bewegingen de frass hier aanstampt.De mijn lijkt voldiep, maar is feitelijk bovenzijdig, zij het heel diep, en (vers) maar heel zwak groenig van tint. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Betulaceae, oligofaag

Alnus japonica; Betula ermanii, humilis, obscura, pendula, pubescens.

fenologie

Larven in juni en juli-augustus (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

NE waargenomen (van Ooststroom, 1976a).

LUX waargenomen (Chevin, Ellis & Schneider, 2011a).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië en Finland tot de Pyreneeën, Italië en Bulgarijë, en van Ierland tot in Rusland (Fauna Europaea, 2008).

larve

synoniemen

Messa, Scolioneura nana; Fenusa quercus (Cameron); Scolioneura laeta Enslin, 1918.

opmerkingen

In tegenstelling tot Fenusa pumila mineert deze soort oudere, volgroeide bladeren in het centrum van de kroon (DeClerck & Shorthouse, 1985a).

literatuur

Ahr (1966a), Altenhofer (1980a, 2003a), Blank ao (1998a), Buhr (1933a, 1941a, 1964a), Chevin, Ellis & Schneider (2011a), Csoka (2003a), DeClerck & Shorthouse (1985), Digweed, MacQuarrie, Langor ao (2009a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Haase (1942a), Haris (2009a), Hering (1931d, 1937c, 1957a), Kirichenko, Augustin & Kenis (2018a), Kollár & Hrubík (2009a), Kozlov, van Nieukerken, Zverev & Zvereva (2013a), Liston (1995b), Looney, Smith, Collman, ao (2016a), Maček (1999a, 2012c), Nowakowski (1954a), van Ooststroom (1976a), Pieronek (1962a), Pieronek & Soltyk (1993a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a), Pschorn-Walcher & Taeger (1995), Robbins (1991a), Roques, Cleary, Matsiakh & Eschem (2017a), Scobiola-Palade (1974a), Skala (1951a), Skala & Zavřel (1945a), Smith (1971a), Sønderup (1949a), Stammer (2016a), Taeger, Blank & Liston (2006a), Taeger ao (1998a), Viramo (1969a), Wahlgren (1944a, 1951a, 1963a).

Laatste bewerking 8.iii.2021