Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Heterarthrus cuneifrons

Heterarthrus cuneifrons Altenhofer & Zombori, 1987

centrum-esdoornschijfje

Heterarthrus cuneifrons mine

Acer pseudoplatanus, Baarschot

mijn in doorzicht; de larve was gewoonlijk uitgesproken traag, maar de sterke belichting van de scanner lokte heftige bewegingen uit, met vreemde kleuren als gevolg.

Heterarthrus cuneifrons cocoon

larve in bijna uitgevallen cocon

Heterarthrus cuneifrons mine

Acer pseudoplatanus, België, Antwerpen © Chris Snyers.

Heterarthrus cuneifrons: occupied mines on Acer pseudoplatanus

Acer pseudoplatanus, België, prov. Oost-Vlaanderen, Volkegembos ~ Bos t’Ename © Carina Van Steenwinkel: twee jonge mijnen, elk met twee larven ….

Heterarthrus cuneifrons: occupied mine on Acer pseudoplatanus

… enkele dagen later

Heterarthrus cuneifrons: excisions

een abnormale situatie: de uitsneden zijn gereed, maar eronder is geen cocon gemaakt; de mijn was verlaten.

mijn

Een grote vrijwel voldiepe blaasmijn, zonder duidelijke begingang. De mijn begint in het centrum van de bladschijf; door samenvloeien van mijnen kunnen verscheidene larven tesamen voorkomen. De volgroeide larva maakt een schijfvormige cocon vastgemaakt aan de bovenepidermis. Tevoren is een cirkelcormige snede in de bovenepidermis geknipt, waardoor de cocon met een schijf bovenepidermis uit het blad valt.

waardplanten

Sapindaceae, nauw monofaag

Acer pseudoplatanus.

fenologie

Larven gevonden in de eerste helft van juni; de cocon werd een week later gevormd.

BENELUX

BE in 2007 door Paul Fontaine gevonden in het Forêt des Soignes bij Brussel.

NE waargenomen (Ellis, 2006).

LUX niet waargenomen.

verspreiding binnen Europa

Beschreven uit Neder-Oostenrijk; kort daarna gevonden in Engeland. In 2013 daar plaatselijk talrijk (Homan, 2014a).

larve

synoniemen

Liston (1995a) synonymiseerde deze soort met H. wuestneii (Konow, 1905), maar dit is door Dathe, Taeger & Blank (2001a) teruggedraaid.

opmerkingen

Chris Snyers bemerkte dat regelmatig mijnen met twee larven worden aangetroffen. Zoals zijn foto laat zien zijn ze het resultaat van twee onafhankelijke oviposities, een paar mm uiteen.

literatuur

Altenhofer (1980a, 2003a), Altenhofer, Hellrigl & Mörl (2001a), Altenhofer & Zombori (1987a), Boevé, Peter, Jacobs, ao (2009a), Dathe, Taeger & Blank (2001a), Homan (2014a), Liston (1995b), Liston & Blank (2006a), Liston, Mutanen & Viitasaari (2019a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a), Späth & Liston (2003a), Taeger, Blank & Liston (2006a), Taeger ao (1998a).

Laatste bewerking 18.iv.2020