Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Heterarthrus fiora

Heterarthrus fiora Liston, 2019

lob-esdoornschijfje

Heterarthrus fiora mine

Acer pseudoplatanus, Nieuwendam: verlaten mijn

mijn

Een grote, bovenzijdige (vaak bijna voldiepe) blaasmijn, zonder spoor van een begingang, die begint in de top van een bladslip. Als de larve volgroeid is spint hij binnen de mijn een schijfvormige cocon. Maar voor dat te doen heeft hij met zijn kaken een kring van perforaties gebeten in de bovenepidermis van het blad. Daarna wordt de cocon gevormd, vastgehecht aan de bovenepidermis, en gaat de larve in rust. Het geperforeerde rondje in de bladepidermis begint te verdrogen, en uiteindelijk krult het op en springt, samen met de cocon, los van de rest van het blad en valt op de grond (Altenhofer, 1980b; Altenhofer & Zombori, 1989a). De uitsnede die zo ontstaat heeft een diameter van ongeveer 7 mm, en is het beste te zien door de mijn tegen het licht te houden.

waardplanten

Sapindaceae, nauw (?) monofaag

Acer pseudoplatanus.

Naar mijn ervaring, en ook volgens Altenhofer & Zombori (1987a), Robbins (1991a) en Späth & Liston (2003a) is dit de enige waardplant. Volgens een aantal, ook recente, auteurs komt de soort echter ook voor op A. campestre. De vermeldingen door Hering (1957a) dat de soort in Zweden ook talrijk zou zijn op A. platanoides berust zeker op verwarring met Heterarthrus flavicollis (Gussakovskij) (Liston, 1993a). Buhr (1941a) kweekte H. fiora uit de kleine bladeren van Acer monspessulanum. Matošević ea (2009a) vermelden Acer obtusatum als waardplant.

fenologie

Larven in juni – juli (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Ellis, Sinnich).

NE waargenomen (van Ooststroom, 1976a).

LUX waargenomen (Chevin, Ellis & Schneider, 2011a).

verspreiding binnen Europa

Van Zweden tot de Pyreneeën en Italië, en van Ierland tot de Ukraine (Fauna Europaea, 2008).

larve

Als bij alle Heterarthrus-soorten heeft de larve poten die tot korte stompjes gereduceerd zijn. Zie ook Ritzema Bos (1882a).

synoniemen

Heterarthrus aceris auctorum. Onderzoek van Liston, Mutanen & Viitasaari heeft aangetoond dat de beschrijving van Heterarthrus, Phyllotoma, aceris Kaltenbach, 1856 betrekking heeft op Heterarthus leucomela.

opmerkingen

De levenswijze wordt uitvoerig beschreven, en larve en pop afgebeeld, door Ritzema Bos (1882a). Hij beschrijft dat de larven in de afgevallen cocons nog zo actief zijn, dat de cocons, met het aangehechte epidermis-schijfje, sprongetjes van 5 tot 10 mm hoog maakten. De soort is volledig parthenogenetisch (Schedl, 2006a).

De mijnen van de Centraal-Europese Heterarthus leucomela lijken op die van fiora, maar de cocon valt niet uit het blad.

literatuur

Ahr (1966a), Altenhofer (1980b, 2003a), Altenhofer, Hellrigl & Mörl (2001a), Altenhofer & Zombori (1987a), Beiger (1979a), Blank ao (1998a), Boevé, Peter, Jacobs, ao (2009a), Buhr (1933a, 1941a, 1964a), Chevin, Ellis & Schneider (2011a), Drăghia (1971a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Haase (1942a), Hering (1934b, 1936b, 1957a), Hoop (1983a), Huber (1969a), Kollár & Hrubík (2009a), Kvičala (1938a), Liston (1993a, 1995b, 2006a), Liston, Knight, Heibo, ao (2012a), Liston, Mutanen & Viitasaari (2019a), Lorenz & Kraus (1957a), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Nowakowski (1954a), van Ooststroom (1976a), Pieronek (1962a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a), Ritzema Bos (1882a), Robbins (1991a), Savina, Liston, Boevé, ao (2013a), Schedl (2006a), Scobiola-Palade (1974a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Späth & Liston (2003a), Stritt (1952a), Surányi (1942a), Taeger, Blank & Liston (2006a), Taeger ao (1998a), Tomov & Krusteva (2007a), Ureche (2010a), Wahlgren (1944a).

Laatste bewerking 19.iv.2020