Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Heterarthrus microcephalus

Heterarthrus microcephalus (Klug, 1818)

wilgenstompvoet

Heterarthrus microcephalus:  mine on Salix spec.

Salix spec., België, prov. Luxemburg, Durbuy, la vieille Briqueterie de Rome © Carina Van Steenwinkel

Heterarthrus microcephalus:  mine on Salix spec.

prepupa in cocon (ander blad)

Heterarthrus microcephalus:  mine on Salix caprea

Salix caprea, België, prov.Antwerpen, Meerhout © Carina Van Steenwinkel: prepupa in cocon

Heterarthrus microcephalus mine

Salix cinerea, Reusel: mijn met cocon

>

Heterarthrus microcephalus mine

Salix triandra, Amsterdam

Heterarthrus microcephalus mine

Salix fragilis, Nederhorst den Berg

Heterarthrus microcephalus mine

Salix viminalis, Nederhorst den Berg

mijn

Ovipositie in de bladtop. Vandaar breidt zich een bovenzijdige (bijna voldiepe) heldere blaasmijn uit, die een groot deel van het blad kan beslaan. Bij smalbladige wilgen neemt de mijn meestal de hele bladbreedte in, bij de breedbladige boswilg de helft. De larve verpopt zich in de mijn in een grote, doorzichtige, schijfvormige cocon.

waardplanten

Salicaeae, monofaag

Salix alba, aurita, caprea, cinerea, x fragilis, myrsinifolia, pentandra, phylicifolia, purpurea, repens, starkeana, triandra, viminalis.

fenologie

Larven van juli tot september (Hering, 1957a), in twee generaties (Lorenz & Kraus, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

NE waargenomen (van Ooststroom, 1976a).

LUX waargenomen (Chevin, Ellis & Schneider, 2011a).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië en Finland tot de Pyreneeën, Italië en Bulgarije, en van Ierland tot Rusland (Fauna Europaea, 2008).

larve

synoniemen

Phyllotoma microcephala.

opmerkingen

Heel jonge mijntjes zijn nog ondiep en ondoorzichtig, en kunnen bedrieglijk lijken op die van Agromyza albitarsis, die echter madevormige larven heeft, en niet gebonden is aan de bladtop.

De onderste foto hierboven is opmerkelijk omdat de mijn niet in de bladtop begint (bij twee andere mijnen uit hetzelfde monster was dit wel het geval).

literatuur

Altenhofer (2003a), Beiger (1979a), Beneš & Holuša (2015a), Blank ao (1998a), Buhr (1933a, 1941a, 1964a), Chevin, Ellis & Schneider (2011a), Drăghia (1972a, 1974a), Hering (1957a), Hoop (1983a), Huber (1969a), Liston (1995b, 2007b, 2011a), Liston, Mutanen & Viitasaari (2019a), Lorenz & Kraus (1957a), Michalska (1972a), Nowakowski (1954a), van Ooststroom (1976a), Pieronek (1962a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a), Robbins (1991a), Savina & Chevin (2012a), Schedl (2006a), Scobiola-Palade (1974a), Sønderup (1949a), Taeger, Blank & Liston (2006a), Taeger ao (1998a), Viramo (1969a), Wahlgren (1944a, 1963a), Zoerner (1969a, 1970a), Zombori (1976a).

Laatste bewerking 17.v.2020