Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Parna tenella

Parna tenella (Klug, 1816)

Parna apicalis & tenella: comparison of the two mines

Tilia sp., Frankrijk, centrale Pyreneeën, St. Savin: vergelijking van de mijn van P. tenella, links, en P. apicalis, rechts; © Tineke Cramer

Parna tenella: mines on Tilia x vulgaris

Tilia x vulgaris, België, prov. Antwerpen, Mol © Carina Van Steenwinkel

Parna tenella: larva in the mine

larve (prepupa?) in de mijn (de mijn is met de hand uitgerold)

Parna tenella: exit slit

boogsnede

Parna tenella: prepupa

prepupa

Parna tenella: mines on Tilia cordata

Tilia cordata, Italie, Vicenza © Paul van Wielink

Parna tenella: mines on Tilia cordata

detail van een mijn

Parna tenella, old mines

Tilia x vulgaris, Reusel: oude mijnen

mijn

Een ietwat opgebolde voldiepe blaasmijn, die begint aan de bladrand. Als gevolg van de ovipositie rolt de bladrand naar boven toe in, waardoor de mijnen zelfs afgedekt kan worden (Buhr, 1964a; Burger ea, 1985a; Halstead, 2004a). Vaak verscheidene mijnen in een blad. Vooral op wortelopslag. Frasskorrels tot 2 mm lang (Halstead, 2009a).

waardplanten

Malvaceae, oligofaag

Tilia americana, chinensis, chingiana, cordata, x europaeae, x moltkei, mongolica, oliveri, platyphyllos, tuan.

De niet-Europese soorten in dit lijstje berusten op waarnemingen in botanische tuinen in Engeland gedaan door Halstead (2004a). Zie aldoor ook voor een lijst Tilia-soorten die niet werden aangetast.

fenologie

Larven mineren van 25 mei tot 25 juni (Burger ea, 1985a); daarna verlaten ze de mijn, en overwinteren in de grond (Altenhofer & Pschorn-Walcher, 1998a; Halstead, 2004a).

BENELUX

BE waargenomen (Fauna Europaea, 2008).
NE met zekerheid in Nederland waargenomen (Ad Mol in litt., 2008).
LUX waargenomen (Chevin, Ellis & Schneider, 2011a).

verspreiding binnen Europa

Van Zweden en Finland tot de Pyreneeën, Italië en Bulgarije, en van Engeland tot Polen (Fauna Europaea, 2008).

larve

De morfologie van larven van het geslacht Parna wordt besproken door Lorenz & Kraus (1957a), Altenhofer (1980a), Altenhofer & Pschorn-Walcher (1998a) en Lengesova (2008a), maar verschilkenmerken tussen de larven van tenella en reseri zijn nog niet bekend.

synoniemen

Scolioneura tenella.
Liston (1993c) ontdekte dat onder de naam Parna tenella een tweede soort schuilging die hij beschreef als P. reseri, kortelings herdoopt in P. apicalis. Determinaties van voor die tijd kunnen dus betrekking hebben op beide soorten.

opmerkingen

In tegenstelling tot P. apicalis is P. tenella niet parthenogenetisch (Altenhofer & Pschorn-Walcher, 1998a).

literatuur

Altenhofer (1980a,b,c, 2003a), Altenhofer & Pschorn-Walcher (1998a), Beiger (1979a), Beneš & Holuša (2015a), Blank & Taeger (1998a), Buhr (1933a, 1941a, 1964a, 1965a), Burger, van Frankenhuyzen, de Goffau & Ulenberg (1984a, 1985a), Chevin, Ellis & Schneider (2011a), Edmunds (2016a), Haarder & Liston (2018a), Halsted (2004a, 1009a), Haris (2009a), Hering (1924a, 1957a), Hoop (1983a), Huber (1969a), Kollár (2007a), Kollár & Hrubík (2009a), Lengesova (2008a), Liston (1993c, 1995b, 2006a), Lorenz & Kraus (1957a), Kvičala (1938a), Maček (1999a, 2012c), Michalska (1976a), Michna (1975a), van Ooststroom (1976a), Pieronek (1962a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a), Redfern & Shirley (2011a), Robbins (1991a), Savina, Chevin & Liston (2014a), Schedl (2006a), Scobiola-Palade (1974a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Stammer (2016a), Starý (1930a), Taeger, Blank & Liston (2006a), Ulenberg ao (1983a), Ureche (2010a), Viramo (1969a), Wahlgren (1944a, 1951a, 1963a).

Laatste bewerking 9.iv.2020