Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Hoplocampa testudinea

Hoplocampa testudinea (Klug, 1816)

appelzaagwesp

Hoplocampa testudinea: mine on Malus domestica

Malus domestica, Loenen ge © Arnold Grosscurt

mijn

ovipositie in de jonge vrucht, juist onder de kelkslippen. De jonge larve maakt een gang vlak onder de epidermis. Als de appel groeit scheurt de epidermis boven de gang, en vormt zich een langgerekt litteken. Na enkele dagen verhuist de larve naar een belendende vrucht en boort zich daar een gang naar het klokhuis, waar hij de zaden vreet; dit wordt enige malen herhaald. Appels met een litteken blijven aan de boom, de latere aangeboorde appels vallen af. Overwintering en daarna verpopping in de grond.

waardplanten

Rosaceae, monofaag

Malus domestica, sylvatica.

fenologie

gangen worden gevormd in eind april, begin mei.

BENELUX

alle Benelux-landen (Fauna Europaea, 2015).

verspreiding binnen Europa

vrijwel heel Europa, ontbreekt in Ierland en het Midellandse-Zeegebied (Fauna Europaea, 2015).

larve

lichaam wit, kop en anaal segment glanzend zwartbruin.

opmerkingen

de appel-zaagwesp is een belangrijke plaag in de fruitteelt. De frass in de boorgang is vochtig, en heeft een kenmerkende geur, wat een onderscheid vormt met de fruitmot, Cydia pomonella, met droge en reukloze frass.

literatuur

Liston, Prous & Vårdal (2019a), Miles (1932a), Petherbridge (1928a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a, 2006a), Robbins (1991a), Roques, Cleary, Matsiakh & Eschem (2017a), Vincent, Babendreier, Świergiel ao (2019a), Taeger, Altenhofer, Blank, ao (1998a).

Laatste bewerking 26.iv.2020