Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Pseudodineura clematidis

Pseudodineura clematidis (Hering, 1924)

mijn

Grote, voldiepe, primaire blaasmijn, beginnend als een kort een zeer snel wijder wordend gangetje dat ontspringt aan de bladrand. Frass in dikke zwarte klompen. De larve kan de mijn verlaten en elders herbeginnen. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Ranunculaceae, nauw monofaag

Clematis alpina.

fenologie

Volgroeide larven in midden juni – midden augustus (Altenhofer & Pschorn-Walcher, 2006a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Duitsland, Polen, Zwitserland, Oostenrijk (Fauna Europaea, 2009).

larve

Beschreven door Lorenz & Kraus (1957a); foto in Prous, Liston, Kramp, ao (2019a).

opmerkingen

Bedreigde soort (Taeger ea, 1998a).

literatuur

Altenhofer (2003a), Altenhofer & Pschorn-Walcher (2006a), Benson (1961a), Blank ao (1998a), Buhr (1941a), Hartig (1939a), Hering (1931f, 1957a), Liston (1995b, 2007b), Liston, Prous & Vårdal (2019c), Lorenz & Kraus (1957a), Maček (1999a), Michalska Myssura & Walczak (2010a), Prous, Liston, Kramp, ao (2019a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a), Scobiola-Palade (1974a), Taeger, Blank & Liston (2006a), Taeger ao (1998a).

Laatste bewerking 22.iii.2021