Perizoma incultaria (Herrich-Schäffer, 1848)

Lepidoptera, Geometridae

mijn

Voldiepe mijn; aanvankelijk is het een lange slanke gang. Deze gaat over in een blaas die het grootste deel van het blad kan beslaan en de gang dan geheel overloopt. De larve kan een aantal malen een nieuwe mijn maken. De frass ligt in de gang in een aanvankelijk brede, later smalle, centrale lijn; in de blaas ligt het verspreid in grove zwartgroene vlokken.

waardplanten

Primulaceae, monofaag

Primula auricula, “viscosa”.

fenologie

Larven van de eerste, minerende, generatie in juli. De larven van de tweede generatie mineren niet maar leven in de doosvruchten (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen.

verspreiding binnen Europa

Van Duitsland en Polen tot Spanje, en van Frankrijk tot Italië en de Balkan (Fauna Europaea, 2011); alpiene soort (Hering, 1957a).

larve

Wanneer de larve uit de mijn genomen wordt maakt hij de kenmerkende spanrupsbeweging die zijn familiekenmerk is (Hering, 1957a).

synoniemen

Cidaria, Larentia incultaria.

literatuur

Beiger (1979b), Hering (1931f, 1957a, 1964a), Skala (1948a).

13/02/2017

mod 28.vi.2017