Acentria ephemerella (Denis & Schifferm├╝ller, 1775)

duikermot

Acentria ephemerella: larva

larve

Acentria ephemerella: larva

volgroeide larve

Acentria ephemerella: cocoon

pop in cocoon

mijn

Een deel van de larven die uit het ei komen leeft korte tijd als boorder in de stengel of hoofdnerf; daarna leven ze vrij. Wanneer de bladvorm het toelaat leven ze in een met spinsel vastgezette omgeslagen bladrand; ook kunnen ze een paar blaadjes tot een transporteerbare koker vormen. De larve is volledig aquatisch. Verpopping onder water, in een ijle cocon; bij het uitkomen blijkt het exuvium in de cocon achter. Een echte mineerder is het niet, maar de soort is door Hering (1957a) opgenomen in zijn overzichtswerk.

waardplanten

Altingiaceae, Ceratophyllaceae, Haloragaceae, Hydrocharitaceae, Potamogetonaceae; nauw polyfaag

Ceratophyllum demersum; Elodea canadensis; Myriophyllum spicatum; Potamogeton lucens, perfoliatus; Stuckenia pectinata.

Niet op Elodea nuttallii (Gross ea, 2002a).

fenologie

Minerende larven in september (Hering, 1957a). De larve overwintert in een hibernaculum in een submers stengeldeel.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2011).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2011).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2011).

verspreiding binnen Europa

Heel Europa, uitgezonderd IJsland en het Balkan-schiereiland (Fauna Europaea, 2011).

larve

Doorzichtig-wittig, kopkapsel zwart. Zie ook Passoa (1988a), Vallenduuk & Cuppen (2004a).

synoniemen

Acentropus niveus (Olivier, 1791).

opmerkingen

De soort speelt een rol bij de biologische bestrijding van plaagvormende, geïntroduceerde waterplanten.

literatuur

Berg (1941a), Corley, Marabuto, Maravalhas, Pires & Cardoso (2008a), Gross, Feldbaum & Choi (2002a), Hering (1957a), Miler (2008a), Passoa (1988a), Vallenduuk & Cuppen (2004a), Vallenduuk, Cuppen & van der Velde (1997a).

mod 26.viii.2019