Epascestria pustulalis (Hübner, 1823)

mijn

Grote, voldiepe, bruinige, opgeblazen blaasmijn, met een massa frass in het centrale deel. De mijn ligt meestal tegen de hoofdnerf. Verpopping in de mijn; de pop ligt zonder cocon het het opgezwollen centrale deel van de mijn.

waardplanten

Boraginaceae, oligofaag

Anchusa officinalis, strigosa; Echium.

Anchusa ljkt de belangrijkste waardplant.

fenologie

Larven in mei (Drăghia, 1968b).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Grootste deel van Europa, maar ontbreekt in het westen (niet in Noorwegen, Britse Eilanden, Benelux, Frankrijk, Portugal) (Fauna Europaea, 2009).

larve

Afgebeeld door Drăghia (1968b). Lichaam grijs, kop zwart; halsschild groot, zwart, met een witte mediane lijn; pinacula opvallend, zwart, borstpoten zwart.

pop

Zie Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Phyloctaenodes punctulalis.

literatuur

Amsel & Hering (1931a), Buhr (1935a, 1964a), Drăghia (1968b, 197a), Hering (1957a), Maček (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), Skala (1951b), Starý (1930a), Szőcs (1977a).

mod 28.viii.2018