Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Cynaeda dentalis

Cynaeda dentalis (Denis & Schiffermüller, 1775)

gevlamde grasmot

Cynaeda dentalis mine

Echium vulgare, België, prov. Luik, Herstal, Petite Bacnure © Jean-Yves Baugnée

mijn

Grote, voldiepe blaasmijn, vooral in de grondbladeren. Het ondoorzichtige centrum is sterk opgeblazen. Hier is de frass geconcentreerd, en vindt uiteindelijk ook de verpopping plaats. De larve kan zich ook ophouden in een galachtig opgezwollen deel van de stengel. Als gevolg van de mijn is het blad sterk vervormd.

waardplanten

Boraginaceae, oligofaag

Anchusa; Echium italicum, vulgare; Onosma.

Echium is de voornaamste waardplant.

fenologie

Larven vanaf het najaar tot juni het volgend jaar (Hering, 1957a); ze zijn volgroeid eind mei, begin juni (Buhr, 1935b).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa (Fauna Europaea, 2009).

larve

pop

Zie Patočka, Patočka & Turčáni.

opmerkingen

Volgens Hering (1957a) kunnen de mijnen liggen of in het basale, of in het topdeel van het blad liggen; zelfs zou de larve stengelgallen kunnen maken. Dit laatste gebeurt slechts in uitzonderlijke gevallen (Buhr, 1964a).

literatuur

Aguiar & Karsholt (2006a), Ahr (1966a), Amsel & Hering (1933a), Bentley (2008a), Buhr (1935b, 1964a), Fiumi (2018a), Grabe (1955a), Hering (1955b, 1957a), Houard (1909a), Huemer (2012a), Huertas Dionisio (2007a), Kravchenko, Poltavsky, Segerer, ao (2020a) , Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka (2001c), Patočka & Turčáni (2005a), Pratt, Yates & Triplet (2000a), De Prins & Steeman (2011a), Redfern & Shirley (2011a), Scalercio, Ienco & Greco (2019a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Sterling (1989a), Szőcs (1977a), Thomann (1956a), Tomasi (2014a), Uffeln (1930a).

Laatste bewerking 1.xi.2021