Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Clavigesta purdeyi

Clavigesta purdeyi (Durrant, 1911)

kleine dennenbladroller

mijn

Mijn begint bovenaan de naald, en breidt zich vandaar uit in de richting van de basis. De larve overwintert in zijn eerste naald. Na de overwintering boort de larve zich door de knopschubben heen in de basis van jonge naalden, die daardoor afvallen. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Pinus contorta, nigra, sylvestris.

fenologie

Larven van september tot juni-juli (Bradley ea, 1979a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Van Denemarken tot de Pyrenee├źn, en van Engeland tot Duitsland en Zwitserland (Fauna Europaea, 2010).

larve

Roodbruin, ca 5 mm.

opmerkingen

Swatschek (1958a) vermeldt als kenmerk van het geslacht Clavigesta dat de haakjes van de buikpoten onregelmatig van grootte zijn, waardoor de krans van haakjes op het eerste gezicht tweerijig lijkt te zijn. Omdat hij echter alleen C. sylvestrana (Curtis) heeft kunnen onderzoeken is het niet volstrekt zeker of dit kenmerk ook voor purdeyi geldt. Indien dat wel zo is, dan zou het een gemakkelijk kenmerk opleveren om larven van purdeyi te onderscheiden van die van Cedestis subfasciella.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Hancock & Bland (2015b), Gielis Huisman, Kuchlein ao (1985a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Huemer & Morandini (2009a), De Prins (1998a), De Prins & Steeman (2013a), Robbins (1991a), Rogard (2013a), Swatschek (1958a), Wegner (2010a, 2015a).

Laatste bewerking 17.ii.2020