Epiblema foenella (Linnaeus, 1758)

hoefijzermot

op Artemisia

gal

de larven tunnelen in de ondergrondse delen van de plant, en dringen vandaar ook door in de stengel en de lagere zijtakken. De larve, wit met bruine kop, overwintert in de boorgang en verpopt zich daar in het voorjaar. Soms leidt een en ander tot een alzijdige opzwelling van de wortelhals.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Artemisia vulgaris.

Volgens Leepiforum ook Cota tinctoria.

fenologie

Univoltien; overwintering als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Epiblema scopoliana (Denis & Schiffermuller, 1775).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Buhr (1964a), Dauphin & Anotsbehere (1997a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Requena i Miret (1998a), Schleich (1868a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Szőcs (1977a), Thomann (1956a), Tomasi (2014a), Wimmer (1991a).

mod 17.ii.2020