Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Epiblema scutulana

Epiblema scutulana (Denis & Schffermüller, 1775)

distelzadelmot

op Asteraceae

gal

larven (rupsen, met een geelbruine kop) boren in de stengel en ondergrondse delen. Ze overwinteren in een hooggelegen deel van hun gang, en verpoppen zich daar in het voorjaar. De plant kan een plaatselijke zwelling vertonen, of een verkorting van de internodia.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Arctium; Carduus nutans; Centaurea jacea, nemoralis, nigra; Cirsium palustre, vulgare; Senecio.

larve

Lichaam roodbruin; kop, prothoracale en anale plaat en borstpoten donkerbruin (Swatschek).

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Epiblema scutulanum; E. luctuosana Duponchel, 1835; E. pflugiana (Haworth, 1811)

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Buhr (1964a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Disqué (1905a), Fazekas (2009a), Hancock & Bland (2015b), Houard (1909a), Patočka & Turčáni (2005a), Roskam (2009a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Szőcs (1977a).

Laatste bewerking 25.i.2020