Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Epinotia nanana

Epinotia nanana (Treitschke, 1835)

kleine oogbladroller

Epinotia nanana: damage on Picea abies

Picea abies, Dronten, Roggebotbos © Hans Jonkman

Epinotia nanana: frass-covered silken tube

met frass bedekte spinselbuis

Epinotia nanana: mined needles

vanuit de basis worden de naalden volledig uitgemijnd

mijn

De larve mineert voor de overwintering enkele naalden geheel uit, overwintert vervolgens in een naald. Na de overwintering wordt nog een aantal naalden van de basis uit geheel uitgemijnd. De uitgemijnde naalden worden met elkaar samengehouden door een met frass geincrusteerde spinselbuis. De meeste frass in de spinselbuis, maar deels ook in de mijn. Larve mineert zijn hele leven. Verpopping buiten de mijn, meestel in de grond, zelden in de spinselbuis (Freeman, 1967a; Hering, 1957a).

waardplanten

Pinaceae, oligofaag

Abies alba; Picea abies, sitchensis.

fenologie

Larvan van het najaar tot april, mei (Bradley ea, 1979a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa, uitgezonderd het Balkan-schiereiland (Fauna Europaea, 2009).

larve

Vuilwit tot bruinig, met zwarte kop, halsschild en borstpoten. Buikpoten met een enkele krans van ca 22 haakjes. Geen anale kam (Bradley ea, 1979a; Swatschek, 1958a).

synoniemen

Steganoptycha nanana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Buhr (1935b), Disqué (1905a), Duncan (2006a), Freeman (1967a), Hering (1957a), Huisman & Koster (2000a), Kuchlein & de Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Pinzari, Pinzari & Zilli (2006a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Swatschek (1958a), Szőcs (1977a).

Laatste bewerking 10.iv.2021