Eucosma cana (Haworth, 1811)

distelknoopvlekje

op Carduus, Cirsium

parasiet

Eieren worden solitair afgezet op de buitenzijde van een nog gesloten hoofdje. De larve werkt zich zich van boven naar binnen en vreet de zich ontwikkelende vruchten. De late larve boort een met frass gevulde tunnel in de bloembodem, kruipt dan naar buiten.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Carduus; Cirsium vulgare.

Zelden Centaurea nigra.

fenologie

De larve overwintert in de grond een uit zijde en aarde gemaakte cocon, verpopt zich in het voorjaar.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geelbruin, kop, prothoracale en anale plaat en borstpoten bruinzwart; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Epiblema cana.

literatuur

Bland & Rotheray (1994b), Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Patočka & Turčáni (2005a), Redfern (1986a), Swatschek (1958a), Vives Moreno & Gastón (2017a).

mod 15.i.2020