Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Rhopobota myrtillana

Rhopobota myrtillana (Humphreys & Westwood, 1845)

bosbesbladroller

mijn

Zeer kleine, voldiepe blaas- of brede gangmijn, vrijwel zonder frass. De larven verlaten spoedig de mijn, leven dan vrij, eerst in een spinsel, later tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Ericaceae, monofaag

Vaccinium, myrtillus, uliginosum, vitis-idaea.

Voornamelijk op V. uliginosum (Hering, 1957a).

fenologie

oudere larven (tussen samengesponnen bladeren) waargenomen in juni en october (Swatschek).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Fennoscandia tot de Pyreneeën, Italië en Macedonië, and van Ierland tot de Baltische Staten en Hongarije (Fauna Europaea, 2009).

larve

vuil geelgroen; kop bruingeel, lateraal donker gevlekt. Prothoracale plat geelgroen met een scherp zwart vlekje. Anale plaat geelgroen, zonder tekening (Swatschek).

synoniemen

Epinotia, Griselda, Steganoptycha, vacciniana (Lienig & Zeller, 1846).

literatuur

Disqué (1905a), Hering (1957a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Nowakowski (1954a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Swatschek (1958a), Szőcs (1977a), Thomann (1956a), Vos (2017a), Wegner (2010a).

Laatste bewerking 16.ii.2020