Rhyacionia buoliana (Denis & Schiffermüller, 1775)

gewone dennenlotboorder

op Pinus

Rhyacionia buoliana: gall on Pinus sylvestris

Pinus sylvestris, België, prov. Luik, Theux © Jean-Yves Baugnée

Rhyacionia buoliana: galls on Pinus nigra

Pinus nigra, Velsen, lg Velserbeek; blijkens de vertakkingen is dit boompje al in eerdere jaren geïnfecteerd geweest.

gal

Larven vreten in het najaar een knop uit, overwinteren, en boren dan in een scheut tot in de zomer. Aangetaste scheuten sterven meestal af, maar als het een krachtige scheut betreft, met name de topscheut, groeit deze meestal door met als gevolg een misvormde, voor de bosbouw waardeloze, stam.

waardplanten

Pinaceae, monofaag (?)

Pinus banksiana, contorta, halepensis, jeffreyi, mugo, nigra, pinea, pinaster, ponderosa, radiata, resinosa, sylvestris.

Ook genoemd van Abies alba, maar daarop waarschijnlijk slechts zelden op die plant.

fenologie

Univoltien; overwintering als half-volgroeide larve, in de knop.

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Evetria buoliana.

literatuur

Baixeras, Domínguez & Martínez (1996a), Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Buhr (1965a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Huertas Dionisio (2007a), Kollár (2011a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Redfern & Shirley (2011a), Robbins (1991a), Roskam (2009a), Schimitschek (1955a), Schwerdtfeger (1981a), Swatschek (1958a), Szőcs (1977a), Tomasi (2003a, 2012a, 2014a).

mod 17.xii.2019