Rhyacionia pinivorana (Lienig & Zeller, 1846)

grijze dennenlotboorder

op Pinus

parasiet

De larve ontwikkelt zich in de nazomer in een zijdelingse bladknop; hierin overwintert hij ook. In het voorjaar boort hij in een scheut. Gewoonlijk een zijscheut, maar ook als het de centrale scheut betreft ontwikkelt zich gewoonlijk de typische “poshoorn-kromming” die de aantasting door Rh. buoliana kenmerkt.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Pinus sylvestris.

Vermeldingen van Abies alba dienen nader te worden bevestigd.

fenologie

Univoltien.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam roodbruin, gerimpeld; kop donkerbruin tot zwart; prothoracale plaat donkerbruin; anale plaat bruin; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Evetria pinivorana.

literatuur

Baixeras, Domínguez & Martínez (1996a), Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Thomann, Standfuss & Müller-Rutz (1913a).

mod 13.ii.2020