Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Cydia conicolana

Cydia conicolana (Heylaerts, 1874)

breedlijnige kegelbladroller

op Pinus

gal

Kegels zijn in hun ontwikkeling achtergebleven en gekromd, en besmeurd met hars en frass. Voor de verpopping boort de larve zich in een kegelschub. In tegenstelling tot Pissodes validirostris heeft de larve wél poten.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Pinus nigra, sylvestris.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

larve

Lichaam wittig, kop lichtbruin, opzij wat donkerder; prothoracale plaat bleek buin; zie Swatschek.

synoniemen

Laspeyresia conicolana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Buhr (1965a), Hancock & Bland (2015a), Haslberger (2011a), Lepiforum (2019), van Nieukerken, Gielis, Huisman ao (1993a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins & Steeman (2011a), Šumpich ao (2009a), Swatschek (1958a), Szőcs (1977a), Wimmer (1997a).

Laatste bewerking 29.ii.2020