Cydia fagiglandana (Zeller, 1841)

beukenspiegelmot

op Fagus, Quercus, etc.

parasiet

De larve boort in een vrucht, die uiteindelijk geheel met frass gevuld raakt; wanneer de vrucht klein is kan hij naar een nieuwe verhuizen.

waardplanten

(Betulaceae), Fagaceae, ± oligofaag

Castanea sativa; Corylus avellana; Fagus sylvatica; Quercus coccifera, ilex, robur, rotundifolia, rubra, suber.

Veel auteurs noemen uitsluitend beuk als waardplant.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam rose, segmenten dorsaal karmijnrood; kop lichtbruin; prothoracale en anale plaat oranjegeel; pinacula rood; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cydia fagiglandana; Carpocapsa grossana (Haworth, 1811).

literatuur

Baldizzone & Scalercio (2018a) Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Brown & Komai (2008a), Disqué (1905a), Fazekas (2009a), Hancock & Bland (2015b), Huisman & Koster (1996a), Jimenez-Pino, Maistrello, Lopez-Martinez ao (2011a), Lepiforum (2019), Myczko, Dylewski, Chrzanowski & Sparks (2017a), Patočka & Turčáni (2005a), Requena i Miret (1998a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

mod 25.i.2020