Cydia pomonella (Linnaeus, 1958)

fruitmot

vooral op Rosaceae

parasiet

De larven boren in de vruchten, hoofdzakelijk eten van de zaden. Aangetaste vruchten blijven achter in de groei en rijpen voortijdig. Verpopping in een cocon buiten de vrucht.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Cydonia oblonga; Malus domestica; Prunus armeniaca, persica; Pyrus communis.

Hoofdzakelijk op appel. Het voorkomen op Juglans regia, zoals onder meer beschreven wordt door Meijerman & Ulenberg is verbazingwekkend, gegeven de geheel afwijkende structuur van de vrucht; in het verleden soms beschouwd als een aparte varieteit. Vermeldingen van Castanea sativa; Ficus carica; Sorbus aria zijn in elk geval exceptioneel.

fenologie

Bivoltien; overwintering als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Carpocapsa, Laspeyresia, pomonella. De vorm van walnoot is benoemd als Laspeyresia pomonella var. putaminana (Staudinger, 1859),

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Braggion (2013a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Kasy (1987a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Requena i Miret (1998a), Roques, Cleary, Matsiakh & Eschem (2017a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Szabóky & Csóka (2010a), Thomann (1956a).

mod 20.ii.2020