Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Cnephasia asseclana

Cnephasia asseclana (Denis & Schiffermüller, 1775)

fijne spikkelbladroller

breed polyfaag, vooral op kruiden

Cnephasia asseclana: larve in folded leaf of Ranunculus acris

Ranunculus acris, België, prov. Namen, Beauraing, RN Rend Peine © Stéphane Claerebout: de vrijlevende larve leeft in een samengesponnen blad

Cnephasia asseclana: larve in folded leaf

opengevouwen blad

Cnephasia asseclana: larve

larve

Cnephasia asseclana: larve: anal plate & comb

detail met anale plaat en kammetje

Cnephasia asseclana: pupa

pop in cocon

mijn

De jonge larve maakt een klein, voldiep mijntje van onbepaalde vorm; weinig frass. De larve verlaat spoedig de mijn en leeft daarna tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Acer platanoides, pseudoplatanus; Achillea millefolium; Aegopodium; Aesculus hippocastanum; Agrimonia eupatoria; Agrostemma; Ajuga; Alchemilla; Anchusa; Anemone nemorosa, ranunculoides; Angelica; Antennaria; Anthyllis; Aquilegia; Arabis alpina subsp. caucasica; Arctium; Artemisia vulgaris; Aster; Astragalus; Atriplex; Bellis; Borago; Brassica; Calendula; Caltha; Campanula; Carum; Centaurea; Cerastium; Chaerophyllum; Chenopodium; Chrysanthemum; Cirsium; Claytonia; Conopodium; Coronilla; Cortusa; Crataegus; Crepis; Cynoglossum germanicum; Dactylis; Datura; Daucus; Dianthus; Digitalis; Diplotaxis; Echium; Eranthis; Eupatorium; Euphorbia; Fagopyrum; Fagus; Fragaria; Fumaria; Galega; Genista; Gentiana; Geranium; Geum; Glechoma; Glyceria; Helenium; Heracleum; Hieracium; Hypericum; Hypochaeris; Iberis; Impatiens; Inula; Isatis; Kickxia; Lapsana communis; Lathyrus odoratus; Leontodonl Linaria; Lotus; Lunaria; Lupinus; Malus; Malva; Matricaria; Medicago; Melampyrum cristatum, pratense; Melilotus; Mentha; Menyanthes trifoliata; ; Milium; Mimulus; Myosotis; Onobrychis;Ononis; Origanum; Oxyria digyna; Papaver; Pastinaca; Pelargonium; Peucedanum; Phacelia; Phaseolus; Phaseolus; Pisum; Plantago; Poa; Polemonium; Polygonum; Potentilla; Prenanthes; Primula; Prunella; Pulicaria; Ranunculus; Raphanus; RheumRosa; Rubus; Rudbeckia; Rumex; Salix triandra; Salvia; Saxifraga; Scabiosa; Scrophularia; Sedum; Senecio; Sinapis; Sisymbrium; Solidago; Stachys; Stellaria; Taraxacum; Teucrium; Trifolium; Trigonella; Trollius; Tulipa; Tussilago; Urtica; Vaccinium; Valeriana; Verbascum; Verbena; Veronica; Viburnum lantana; Vicia faba; Viola; Vitis; Zinnia.

fenologie

Univoltien; overwintering als jonge larve.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa (Fauna Europaea, 2009).

larve

Lichaam geelbruin tot grijs. Kop lichtbruin tot bruin. Prothorarcale en anale plaat zwartbruin met lichte voorrand. Pinacula zwart (in tegenstelling tot C. incertana); segment 10 met een anale kam (in tegenstelling tot C. stephensiana). Zie Mackay, Swatschek voor een uitvoerige beschrijving van chaetotaxie en morfologie.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cnephasia interjectana Haworth, 1811; C. virgaureana Treitschke, 1835.

opmerkingen

Ondanks de lange lijst van waardplanten worden in de Nederlandse praktijk de mijnen maar hoogst zelden waargenomen.

literatuur

Ahr (1966a), Beiger (1955a), Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Buhr (1935a, 1953a), Fazekas (2014c), Hancock & Bland (2015a), Hering (1934b, 1957a), Huber (1969a), Huemer (2012a), Klimesch (1989a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Lepiforum (2019), Mackay (1962a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Skala (1951b), Sønderup (1949a), Swatschek (1958a), Szőcs (1977a).

Laatste bewerking 23.iii.2021