Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Aethes williana

Aethes williana (Brahm, 1791)

geschaafd smalsnuitje

polyfaag

parasiet

De larve boort in het onderste deel van de stengel, en daalt vervolgens in in de wortel/

waardplanten

Apiaceae, Asteraceae

Daucus carota; Eryngium campestre; Ferula; Gnaphalium sylvaticum; Helichrysum arenarium.

fenologie

In Engeland één generatie (larven van augustus tot april), in Hongarije twee.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geel; kop licht tot donker bruin; prothoracale plaat gelig; anale plaat donker gepuncteerd; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Conchylis zephyrana (Treitschke, 1830).

opmerkingen

Soms schadelijk op Daucus.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Fazekas (2008a), Hancock & Bland (2015a), Huisman, Kuchlein, van Nieukerken ao (1986a), Kovács & Kovács (2006a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a).

Laatste bewerking 4.xi.2019