Jordanita chloros (Hübner, 1813)

Lepidoptera, Zygaenidae

mijn

De larve maakt een aantal heel slordige vlekmijnen waarbij hij zich met de voorstel helft van het lichaam onder de onder-epidermis van een blad werkt en in die positie het meest bladweefsel wegeet. De opening van de mijn is spleetvormig en ligt aan de zijkant.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Centaurea stoebe; Helichrysum arenarium.

fenologie

Larven van de herst tot in mei.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Van Frankrijk, Duitsland, Polen en Centraal Rusland tot de Pyreneeën, Italië en het vasteland van Griekenland (Fauna Europaea, 2010).

larve

Compacte, borstelige bouw; dorsaal okergeel.

synoniemen

Ino, Procris chloros.

opmerkingen

Soort van warme, droge, terreinen.

literatuur

Hering (1957a, 1964a), Skala (1948a), Szőcs (1977a).

12/02/2017

mod 28.vi.2017