Jordanita notata (Zeller, 1847)

Lepidoptera, Zygaenidae

mijn

De jonge larve maakt een aantal zeer kleine gangmijntjes. De oudere larve maakt een aantal heel slordige vlekmijnen waarbij hij zich met de voorstel helft van het lichaam onder de onder-epidermis van een blad werkt en in die positie het meest bladweefsel wegeet. De opening van de mijn is spleetvormig en ligt aan de zijkant.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Carduus uncinatus; Centaurea jacea, salonitana, scabiosa, stoebe; Cirsium acaulon.

Volgens Skala (1948a) ook Globularia en Plantago; dit wordt door Guenin (2011a) niet overgenomen.

fenologie

Larven van de herst tot in mei.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Van Frankrijk, Duitsland en de Ukraïne tot Iberia, Sicilië en Kreta (Fauna Europaea, 2010).

larve

Compacte, borstelige bouw; dorsaal grijsbruin.

pop

Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Ino, Procris notata.

opmerkingen

Soort van warme, droge, terreinen.

literatuur

Ebert & Lussi (1994a), Fernández-Rubio (1995a), Guenin (2011a), Hering (1957a, 1964a), Patočka & Turčáni (2005a), Skala (1948a), Szőcs (1977a).

12/02/2017

mod 28.vi.2017