Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Coleophora bilineatella

Coleophora bilineatella Zeller, 1849

Coleophora bilineatella case

uit Toll (1962a)

zak

Zeer slanke samengestelde bladzak van 12-19 mm lang. De zak is opgebouwd uit 7-9 bladstukjes. Mondhoek ca 45°. De jeugdzak is 2-3 mm lang, lateraal samengedrukt, bestaat uit bladepidermis en is naar achter toe gekromd en versmald.

waardplanten

Fabaceae, monofaag

Dorycnium pentaphyllum, pentaphyllum subsp. germanicum + herbaceum.

Andere waardplanten die in de literatuur worden toegeschreven aan bilineatella hebben waarschijnlijk te maken met C. saturatella.

fenologie

Larven van juni tot april. Volgens Hering (1957a) eten de larven na de overwintering niet meer, maar volgens Suire doen ze dit wel. In Oostenrijk zijn de larven actief tot in october; daarna overwinteren ze aan de voet van de waardplant (Klimesch, 1958c).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Van Duitsland tot het Iberisch Schiereiland, Sardinië, Italië en Griekenland, en van Frankrijk tot Roemenië (Fauna Europaea, 2010).

larve

Beschreven door Suire (1961a).

synoniemen

Coleophora perserenella Rebel, 1919; C. joannisella Suire, 1930.

Misschien wel alle referenties naar C. bilineatella voor de onderzoekingen van Baldizzone, ca. 1980, hebben in werkelijkheid betrekking op C. saturatella.

literatuur

Baldizzone (1979a, 1986b, 1987b), Baldizzone & Hartig (1978a), Baldizzone, Tokár, Z & S Kovács (2004a), Buszko & Beshkov (2004a), Cleve (1979a), Hering (1957a), Ivinskis & Savenkov (1991a), Kaltenbach & Roesler (1985a), Kasy (1983a, 1985a), Klimesch (1938c, 1942a, 1958c), Nel (1992b,c), Patzak (1974a,b), Suire (1961a), Šumpich & Liška (2018a), Szőcs (1977a, 1981a), Toll (1962a).

Laatste bewerking 29.i.2020