Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Coleophora conspicuella

Coleophora conspicuella Zeller, 1849

knoopkruidkokermot

Coleophora conspicuella: case on Centaurea scabiosa

Centaurea scabiosa, België, prov. Luxemburg, Durbuy © Carina Van Steenwinkel

Coleophora conspicuella: case on Centaurea scabiosa

ander exemplaar

Coleophora conspicuella case

uit Toll (1952a)

zak

Een relatief grote (12-15 mm), donkerbruine licht gebogen, licht zijdelings afgeplatte, tweekleppige schedezak met een smalle ventrale kiel. Mondhoek 30-45°.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Aster amellus; Centaurea aspera, “brachycephalum”, jacea, nigra, scabiosa; Cyanus montanus; Galatella cana, linosyris, sedifolia.

In Engeland alleen op Centaurea nigra. De vermelding van Scabiosa in Hering (1957a), en van Chrysanthemum in Emmet ea (1996a) berusten op vergissingen; een vermelding van Achillea door Patzak (1974a) gaat terug op een niet meer te achterhalen bron.

fenologie

Larven zijn volgroeid in mei (Emmet ea, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (Wullaert, 2015a).

NE uitgestorven (Kuchlein & de Vos, 1999a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa, Ierland uitgezonderd (Fauna Europaea, 2009).

larve

Beschreven door Suire (1961a).

pop

Afgebeeld door Patočka (1997a).

literatuur

Baldizzone (1979a, 1985d, 1988b, 1990b), Biesenbaum (2001b), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Emmet, Langmain, Bland ao (1996a), Gerstberger (2000a), Hering (1928a, 1957a), Huber (1969a), Kasy (1965a), Klimesch (1958c), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Nel (1992b,c), Patočka (1997a), Patzak (1974a), Razowski (1990a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Stolnicu (2008a), Suire (1961a), Szőcs (1977a, 1981a), Thomann (1956a), Toll (1952a, 1962a), Wullaert (2015a).

Laatste bewerking 18.ii.2020