Coleophora cornutella Herrich-Schäffer, 1861

lichtbruine berkkokermot

op Betula, Myrica

Coleophora cornutella case

uit Toll (1952a)

Coleophora cornutella: case on Betula pendula

Betula pendula, Amersfoort, lg den Treek-Henschoten, 7.x.2019 © Ben van As

Coleophora cornutella: case

Myrica gale, België, prov. Antwerpen, Mol © Carina Van Steenwinkel

Coleophora cornutella: larva protruding

larve

Coleophora cornutella: mines on Myrica gale

mijnen

Coleophora cornutella: cases on Betula pubescens

Betula pubescens, België, prov. Antwerpen, Mol © Carina Van Steenwinkel

Coleophora cornutella: cases on Betula pubescens

jonge zak; de beharing van de plant geeft bijzondere problemen

zak

Tweekleppige lapjeszak. De voorzijde is heel breed, de achterzijde juist versmald en sterk gekromd. Lengte van zak 7-7.5 mm, de mondhoek bedraagt ca 30°. Meeste zakken op de onderzijde van het blad (Carina Van Steenwinkel, in litt., Kolbeck, ao)

waardplanten

Betulaceae, Myricaceae, nauw polyfaag

Betula pubescens; Myrica gale.

fenologie

Larven van september tot mei.

BENELUX

BE waargenomen (De Prins, 1984a; Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Fennoscandia tot de Pyreneeën en Alpen, en van Frankrijk tot Roemenië (Fauna Europaea, 2009).

synoniemen

Coleophora cornuta Heinemann & Wocke, 1876.

literatuur

Baldizzone & van der Wolf (2000a), Baldizzone, van der Wolf & Landry (2006a), Hering (1927b, 1957a), Huisman, Kuchlein, van Nieukerken ao (1986a), Kolbeck, Lichtmannecker & Pröse (2005a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Leutsch (2002a), Marek & Krampl (1990a), Nel (1992c), van Nieukerken, Gielis, Huisman ao (1993a), De Prins (1984a), De Prins, Steeman & Sierens (2015a), Razowski (1990a), Rössler (1881), Skala & Zavřel (1945a), Starý (1930a), Suire (1961a), Svensson (2009a), Szőcs (1977a), Toll (1952a, 1962a).

mod 8.x.2019