Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Coleophora gardesanella

Coleophora gardesanella Toll, 1954

Coleophora gardesanella case

uit Toll (1962a)

zak

Een strokleurige tot grijze slanke, driekleppige zak, van het type “buisvormige zijden zak”; de mondhoek bedraagt 45° – 60°. De zak lijkt sterk op die van C. trochilella, maar is slanker, met een kleinere mondopening en een zwakkere vernauwing achter de mond.

waardplanten

Asteraceae, nauw oligofaag

Achillea millefolium, ptarmica; Artemisia maritima, vulgaris; Centaurea jacea; Leucanthemum vulgare; Tanacetum vulgare.

fenologie

Zakken vanaf september tot juli in het volgende jaar.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Zeer disjunct verspreiding, van Finland tot de Pyreneeën en Italië, en van Engeland tot de Baltische Staten en Macedonië (Fauna Europaea, 2009).

larve

Lijkt sterk op de larve van C. trochilella, maar de achterrand van het pronotum met twee donkere vlekken (Emmet ea, 1996a).

synoniemen

Coleophora machinella Bradley, 1971.

literatuur

Baldizzone (2004a), Baldizzone & van der Wolf (2000a), Emmet (1979a), Emmet, Langmaid, Bland ao (1996a), Robbins (1991a), Toll (1962a).

Laatste bewerking 11.ii.2018