Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Coleophora nubivagella

Coleophora nubivagella Zeller, 1849

Coleophora nubivagella cases

jeugdzakken stadia 1-3; uit Toll (1962a)

Coleophora nubivagella case

Silene vulgaris; uit Toll (1962a)

zak

De larve maakt eerst een, eventueel vertakte, gang, waaruit de eerste zak wordt gesneden. De volgroeide zak is een buisvormige zijden zak, met een ruw oppervlak en 5-6 donkere lengtelijnen; de mondhoek bedraagt ca 30°. Hering (1957a) vermeldt als lengte van de zak 9-16 mm (en gebuikt dit kenmerk om de soort te contrasteren met C. saponariella), maar Suire (1961a) geeft 6-7 mm op.

waardplanten

polyfaag op lage kruiden, vooral Caryophyllaceae

Anthyllis vulneraria & subsp. alpestris; Arenaria ciliata; Cerastium alpinum, arvense & subsp. glandulosum; Dianthus myrtinervius, plumarius, pyrenaicus; Dryas octopetala; Gypsophila repens; Minuartia austriaca, setacea; Primula auricula, minima; Saponaria ocymoides; Silene acaulis, pusilla, saxifraga, vulgaris.

fenologie

Larven van de herfst tot juni (Hering, 1957a).

BENELUX

niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Duitsland en Polen tot de Pyreneeën, Italië, Macedonië en Roemenië (Fauna Europaea, 2009).

synoniemen

Coleophora lineariella Zeller, 1849; C. fulvosquamosella Herrich-Schäffer, 1855; C. prinziella Krone, 1913; C. sociella Müller-Rutz, 1920.

literatuur

Baldizzone (1979a, 1982e, 1987b, 2004a, 2008a), Baldizzone & Nel (1992b), Baldizzone, van der Wolf & Landry (2006a), Hering (1942c, 1957a), Klimesch (1940c, 1949a, 1950c, 1951b, 1958c), Laštůvka & Laštůvka (2017a), Marek & Krampl (1990a), Nel (1992b), Patzak (1974a), Razowski (1990a), Suire (1961a), Toll (1952a, 1962a).

Laatste bewerking 22.ii.2018