Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Coleophora obscenella

Coleophora obscenella Herrich-Schäffer, 1855

op Aster

parasiet

De larve in een 5-6 mm lange, driekleppige, donkerbruine cylindrische zijden zak met een mondhoek van 40°-70°. De larven voeden zich met de vruchten. Emmet ea schrijven dat in de de zak delen van vruchtpluis zijn verwerkt; het is niet duidelijk of dit ook geldt voor obscenella; en in elk geval kan worden verwacht dat in de loop van de overwintering deze resten wel zullen verweren.

waardplanten

Asteraceae, nauw monofaag

Aster amellus.

verspreiding binnen Europa

Spanje, Frankrijk, Denemarken, Noorwegen, Finland, Italie, Polen, Rusland.

larve

De larven van obscenella en virgaurea verschillen duidelijk. Bij obscenella is de kop glanzend bruin, de de thoracale sclerieten zijn matig sterk gesclerotiseerd.

Coleophora obscenella larva

uit Baldizzone & Tabell (2002a)

synoniemen

De soort is lang gesynonymiseerd met Coleophora virgaureae; dit is gecorrigeerd door Baldizzone & Tabell (2002a).

literatuur

Baldizzone & Tabell (2002a), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Deschka & Wimmer (2000a), Emmet, Langmaid, Bland ao (1996a), Huemer (2012a), Stark & Buchner (2016a).

Laatste bewerking 28.vii.2019