Coleophora orbitella Zeller, 1849

okergrijze kokermot

Coleophora orbitella case

Betula pendula, België, Liège, Canal de l’Ourthe; © Jean-Yves Baugnée (najaar 2008)

Coleophora orbitella case

Betula pendula, Reusel

zak

Een samengestelde bladzak. Het materiaal waarmee de zak wordt vergroot bestaat uit grote stukken blaasmijn, die bijzonder precies met elkaar worden verbonden. In de loop van zomer en najaar worden twee stukken toegevoegd (volgens Hering, 1927b soms drie). Na de overwintering wordt geen materiaal meer toegevoegd, zodat de zak in het voorjaar egaal van kleur is (in tegenstelling tot C. binderella, die dan nog wel een uitbreiding maakt, van vers bladmateriaal). De complete zak meet ongeveer 6-7 mm, en heeft een mondhoek van 10-30°.

waardplanten

Betulaceae, oligofaag

Alnus glutinosa; Betula nana, pendula; Carpinus betulus; Corylus avellana.

fenologie

De larven leven vanaf midden augustus, en zijn eind october volgroeid. Na de winter volgt de verpopping (Emmet, Langmaid, Bland e.a., 1996a).

BENELUX

BE Recentelijk teruggevonden in België in de provincie Luik (det. HW van der Wolf) (De Prins & Steeman, 2007); het afgebeelde exemplaar vormt een nieuwe waarneming.

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a); zeldzaam (Microlepidopter.nl, 2008).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië en noordelijk Rusland tot de Pyreneeën en Italië, en van Ierland tot Polen en Hongarijë (Fauna Europaea, 2008).

larve

Vier paar buikpoten (Sich, 1904a).

literatuur

Bachmaier (1965a), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Buhr (1935a), Emmet, Langmaid, Bland ao, 1996a), Hering (1927b, 1957a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2003a), Klimesch (1950c), Kuchlein & de Vos (1999a), Michaelis (1983a), Patzak (1974a), De Prins (2010a), Razowski (1990a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sich, 1904a), Skala & Zavřel (1945a), Suire (1961a), Szőcs (1977a), Toll (1952a, 1962a).

04/04/2017

mod 11.ii.2018