Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Coleophora potentillae

Coleophora potentillae Elisha, 1885

braamkokermot

Coleophora potentillae mines

Rubus fruticosus, Bunderbos

Coleophora potentillae mines

detail

Coleophora potentillae case

Rubus fruticosus, Cadzand, zak

Coleophora potentillae case

Sanguisorba minor, België, Viroinval; zak

Coleophora potentillae cases

zakken

Coleophora potentillae case

Alchemilla xanthochlora, België, prov. Namen, Ciney, Lienne © Jean-Yves Baugnée

Coleophora potentillae

Prunus spinosa, België, prov. West Vlaanderen © Chris Snyers: Twee generaties! De mijnen, waaruit de onderepidermis is uitgesneden, zijn het werk van een oude larve. De zak is een jeugdzak, die sterk afwijkt van de volgroeide zak, bestaande uit veel kleine ringetjes, en met een mondhoek van ongeveer 90°.

zak

Meestal vuilwitte, soms donkerder lapjeszak, die zeer schuin op het blad staat (mondhoek 30°-50°). Zak in het midden niet opvallend verdikt. De lapjes worden uitgesneden uit de onderepidermis van een mijn, zodat deze zowel naast de normale, kleine gaatjes, ook een groot gat aan de onderzijde kunnen hebben. (Vergelijk C. violacea, die de lapjes uit de bovenzijde snijdt.)

waardplanten

hoofdzakelijk oligofaag op kruidachtige Rosaceae

Agrimonia; Alchemilla xanthochlora; Betula pendula, pubescens; Crataegus monogyna; Filipendula ulmaria; Fragaria vesca; Geum; Helianthemum nummularium; Malus sylvestris; Potentilla; Prunus; Ribes; Rosa; Rubus fruticosus, idaeus; Salix caprea, cinerea; Sanguisorba minor; Spiraea.

Hoe deze ogenschijnlijke polyfagie moet worden verklaard is onduidelijk. Coleophora-larven zijn heel actief en kunnen gemakkelijk, en mogelijk tijdelijk, op een verkeerde waardplant terechtkomen. Ook is verwarring met Coleophora violacea niet uit te sluiten.

fenologie

De meeste larven zijn volgroeid in het najaar (Emmet ea, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (Coenen ea, 1984a; Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Fennoscandia tot de Pyreneeën, en van Ierland tot Polen (Fauna Europaea, 2009).

larve

literatuur

Arbeitsgemeinschaft Microlepidoptera in Bayern (2013a), Baldizzone & van der Wolf (2000a), Coenen, De Prins & Henderickx (1984a), Corley, Merckx, Cardoso ao (2012a), Doets (1946a), Emmet, Langmaid, Bland ao (1996a), Hering (1957a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ellis (2007a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2004a, 2005a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Pastorális, Kosorín, Tokár ao (2018a), Patzak (1974a), De Prins (2010a), De Prins & Steeman (2011a), Robbins (1991a), Sauter & Whitebread (2005a), Sønderup (1949a), Steeman & Sierens (2018a), Suire (1961a), Toll (1962a), Zoerner (1970a).

Laatste bewerking 17.vii.2021