Coleophora siccifolia Stainton, 1856

grote bladkokermot

allerlei houtige gewassen

Coleophora siccifolia case on Myrica gale

Myrica gale, België, prov. Limburg, Rekem, Vallei van de Zijpbeek © Carina Van Steenwinkel

Coleophora siccifolia feeding traces on Myrica gale

verschillende vraatsporen, waaronder de mijn waaruit de zak gesneden is

Coleophora siccifolia case on Crataegus monogyna

Crataegus monogyna, Loon (Dr) © Ben van As

Coleophora siccifolia case

uit Toll (1952a)

Coleophora siccifolia case

Betula, België, Wortegem-Petegem; © Steve Wullaert

Coleophora siccifolia: youth case on Crataegus monogyna

Crataegus monogyna, België, prov. Luik, Flémalle-Haute: jeugdzak © Jean-Yves Baugnée

Coleophora siccifolia on Betula: first mine and excision

Betula, België, prov. Namen, Vierves-sur-Viroin; © Stéphane Claerebout

Coleophora siccifolia on Betula: first mine and excision

detail

zak

Buisvormige bladzak. Bijna tonvormige zak, bedekt met een groot aangehecht bladfragment dat verdroogt en zich slordig om de buis vouwt.

Voordat de larve een mijn verlaat om elders aan het werk te gaan, bijt hij vaak de bovenepidermis langs de rand van de mijn los; vaak helemaal, maar soms incompleet. De losse bovenepidermis valt af, of, als hij nog een beetje vastzit, verdroogt en krult op (Emmet, 1980a).

De jonge larve, in het najaar, maakt aanvankelijk een gang. Een met zijde beklede zijtak, tegen een dikke nerf gelegen, dient tijdens vreetpauzes als rustplaats. Na deze periode maakt de larve een ovale blaasmijn, snijdt deze uit om de eerste zak te vormen, en gaat daarmee in overwintering.

waardplanten

polyfaag

Alnus; Betula alleghaniensis, nana, pubescens; Carpinus betulus; Crataegus crus-galli, laevigata, monogyna; Ligustrum ovalifolium; Malus domestica; Myrica gale; Sorbus aucuparia; Tilia.

fenologie

In Engeland zijn de larven volgroeid in eind augustus, maar continentale auteurs schrijven van october (Emmet ea, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Waarschijnlijk heel Europa (Fauna Europaea, 2009).

larve

Slechts drie paar buikpoten (Emmet ea, 1996a).

literatuur

Ahr (1966a), Bachmaier (1965a), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Burmann (1992a), Emmet (1980a), Emmet, Langmaid, Bland ao (1996a), Hering (1921a, 1927b, 1957a), Huemer & Erlebach (2003a), Huisman & Koster (1996a), Klimesch & Skala (1936a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Maček (1999a), Michaelis (1983a), van Nieukerken, Gielis, Huisman ao (1993a), Patzak (1974a), De Prins (2010a), Pröse (1995a), Robbins (1991a), Skala (1951a), Sønderup (1949a), Stammer (2016a), Szőcs (1977a), Toll (1962), Zoerner (1975a).

mod 6.ix.2018