Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Coleophora silenella

Coleophora silenella Herrich-Schäffer, 1855

op Silene

Coleophora silenella: case

zak op Silene nutans (uit Patzak, 1976a)

parasiet

De jonge larve leeft in de doosvrucht en eet de rijpende zaden, zonder dat daar aan de buitenzijde iets van te zien is. Pas in het laatste stadium bijt hij van binnenuit een gat in de vruchtwand, en dekt de opening af met elastisch spinsel. Door steeds duwen tegen dit spinsel wordt het uitgerekt tot een buis, die de uiteindelijk zak vormt (meer in Emmet ea). Deze is buisvormig, 8 mm lang, driekleppig met een mondhoek van ± 40°; de kleur is donker grijsbruin. Vanuit deze zak worden gaten gebeten in de wand van nieuwe vruchten en deze leeggegeten

waardplanten

Caryophyllaceae, monofaag

Silene italica, nutans, otites, vulgaris.

fenologie

Larven in zakken omstreeks augustus. In september zijn de larven volgroeid en verlaten de waardplant.

verspreiding binnen Europa

Ontbreekt in Skandinavië, Ierland, Griekenland, de Middellandse Zee-eiland en misschien het Iberisch Schiereiland (PESI, 2018).

synoniemen

De vlinder is wel verward met Coleophora ciconiella Zeller, 1849, die op grassen leeft. Ook met C. nutantella is deze soort sterk verwant; Patzak (1976a) bespreekt de verschillen. Emmet ea hebben silenella en nutantella gesynonymiseerd, maar dat is onterecht gebleken.

literatuur

Baldizzone (1979a, 1987a), Baldizzone & Hartig (1978a), Baldizzone & van der Wolf (2000a), Burmann (1992a), Emmet, Langmaid, Bland ao (1996a), Schütze (1931a), Kasy (1965a), Kaltenbach & Roesler (1985a), Klimesch (1950c, 1958c), Nel (1991a, 1992b), Patzak (1969b, 19i74a, 1976a), Pinzari, Pinzari & Zilli (2013a), Robbins (1991a), Szőcs (1977a), Wimmer (2004a).

Laatste bewerking 4.ii.2018