Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Coleophora sternipennella

Coleophora sternipennella (Zetterstedt, 1839)

ganzenvoetkokermot

Coleophora sternipennella case

uit Toll (1962a)

zak

Buisvormige zijden zak, 6-8 mm lang, met een mondhoek van 20-25°. De zak is ruw door zanddeeltjes, grijsgeel, met onduidelijke lengtelijnen. Volgens Hering (1957a) maakt de jonge larve een mijntje waaruit een jeugdzak wordt gemaakt, waarna nog enkele vlekmijntjes worden gemaakt. Daarna leeft de larve in de bloeiwijze van de ontwikkelende vruchten.

waardplanten

Amaranthaceae, oligofaag

Atriplex; Chenopodium.

fenologie

Larven die bladmijnen maken leven in augustus (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Heel Europa, met uitzondering van Griekenland en de Middellandse Zee-eilanden (Fauna Europaea, 2010).

synoniemen

Coleophora flavaginella Lienig & Zeller, 1846.

opmerkingen

De zak is niet met zekerheid te onderscheiden van die van C. saxicolella.

literatuur

Baldizzone (1979a, 1988b, 2004a), Baldizzone, Tokár, Z & S Kovács (2004a), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Emmet, Langmaid, Bland ao (1996a), Hering (1957a), Kasy (1965a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patzak (1974a), Pinzari, Pinzari & Zilli (2013a), Razowski (1990a), Schütze (1931a), Sønderup (1949a), Suire (1961a), Thomann (1956a), Toll (1952a, 1962a), Wegner (2010a).

Laatste bewerking 18.ii.2020