Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Coleophora vacciniella

Coleophora vacciniella Herrich-Schäffer, 1861

grote bosbeskokermot

Coleophora vacciniella case

uit Toll (1962a)

Coleophora vacciniella: case

uit Klimesch (1958b)

Coleophora vacciniella: case on Vaccinium vitis-idaea

Vaccinium vitis-idaea, België, prov. Luik, Hoge Venen; © Steve Wullaert

Coleophora vacciniella: case on Vaccinium vitis-idaea

rugzijde

zak

De larve maakt een blaasmijn, en knipt vervolgens het uitgemijnde deel van het blad los om er het eerste deel van de zak van te maken. De uitsnede is ovaal, niet rond, zoals bij Incurvaria’s. Nadien maakt de larve gebruikt een, soms meer mijnen om daarmee de zak te vergroten. De complete zak is een samengestelde bladzak, 8-14 mm lang, bruin of zwartig. De mondhoek bedraagt 40°-55°, en de mondrand is ietwat omgezet (Toll, 1962a).

Op Vaccinium vitis-idaea is verwarring mogelijk met Coleophora idaeella. Een verschil is dan dat vacciniella bovenop het blad mineert, terwijl idaeella onder het blad leeft (Itämies & Tabell, 1991a; Tabell in litt., 2009).

Voordat de larve de uitsnede gemaakt heeft lijkt de mijn nogal op die van een Incurvaria. Een goed onderscheid is dan dat Incurvaria’s het ei met een legboor ín het bladweefsel afzetten, terwijl Coleophora’s het ei buitenop het blad plaatsen. Het ei van vacciniella is zwart, heeft de vorm van een tulband-cake, en wordt afgezet aan de bladonderzijde (Dziurzynski, 1958a).

waardplanten

Ericaceae, oligofaag

Andromeda polifolia; Vaccinium myrtillus, uliginosum, vitis-idaea.

Recentelijk vermeld van Andromeda in Lepiforum.de. De beschrijving van de synonieme Coleophora betulaenanae door Klimesch (1958b) was gebaseerd op een groot aantal larven verzameld en uitgekweekt op Betula nana, in verschillende terreinen met Vaccinium-soorten in de ondergroei. Het is moeilijk om dat als xenofagie af te doen.

fenologie

Larven vanaf juli; ze zijn in het najaar volgroeid, overwinteren in de zak en verpoppen zich onmiddellijk na de winter (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Wullaert, 2013a).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Baldizzone & van der Wolf, 2000a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Fennoscandia en Noord-Rusland tot de Pyreneeën en Italië, en van Frankrijk tot Roemenie (Fauna Europaea, 2009).

synoniemen

Coleophora rhododendrae Hofmnann, 1869; C. betulaenanae Klimesch, 1958.

literatuur

Bachmaier (1965a), Baldizzone, Tokár, Z & S Kovács (2004a), Baldizzone & van der Wolf (2000a), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Dziurzynski (1958a), Hering (1957a), Itämies & Tabell (1991a), Klimesch (1958b), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patzak (1974a), Razowski (1990a), Richter & Pastorális (2015a), Sønderup (1949a), Toll (1962a), Wullaert (2013a).

15/05/2017

Laatste bewerking 23.xi.2017