Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Coleophora vestianella

Coleophora vestianella (Linnaeus, 1758)

zandmeldekokermot

op Amaranthaceae

zak

De larve vreet de zaden, gewoonlijk in de bloeiwijze, maar ook zaden die op de bodem zijn gevallen. De uiteindelijke zak is een driekleppige, 6-7 mm, bruine, lange buikige buisvormige zijden zak met een mondhoek van 30°-35°. De larve heeft meerdere malen de zak vergroot door deze in de lengte open te knippen een een nieuwe strook zijde in te voegen. De oude stroken zijn donker en bezet met frass-korrels en detritus, de jonge veel lichter en schoner.

waardplanten

Amaranthaceae, oligofaag

Amaranthus; Atriplex laciniata, patula, tornabenei; Camphorosma monspeliaca; Chenopodium album, opulifolium; Halimione portulacoides.

fenologie

De larve maakt pas laat in zijn ontwikkeling, in september, een zak; in october is hij volgroeid. Na de winterdiapause volgt in het voorjaar de verpopping, nog steeds in de zak/

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa, behalve Ierland, Griekenland en de Middellandse Zee-eilanden (PESI, 2018).

larve

De zakken zijn niet met zekerheid te onderscheiden van die van C. saxicolella, sternipennella of versurella. Bij de larven van vestianella echter zijn de donkere sclerieten op het metanotum vrijwel even groot als op het pronotum; bij de andere genoemde soorten zijn ze veel kleiner.

synoniemen

Coleophora annulatella Nylander, 1848; Coleophora laripennella (Zetterstedt, 1839).

literatuur

Baldizzone (1979a, 1985d, 1989e, 2004a), Baldizzone, van der Wolf & Landry (2006a), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Emmet, Langmaid, Bland ao (1996a), Manning (1993a), Nel (1992b,c), Patzak (1974a), Razowski (1990a), Schütze (1931a), Suire (1961a), Toll (1952a).

Laatste bewerking 12.ii.2018