Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Coleophora wockeella

Coleophora wockeella Zeller, 1849

betoniekokermot

Coleophora wockeella case

uit Toll (1962a)

zak

Donkerbruine, tweekleppige, samengestelde bladzak, ca 10 mm lang, opgebouwd uit 6-8 ringetjes.

Met betrekking tot de mondhoek schrijft Hering (1957a) dat deze zeer scherp is, zodat de zak bijna vlak op het blad ligt. Suire (1961a) copiëert Hering’s afbeelding van de zak, maar spreekt van een mondhoek van 45-50°. Ook de mondhoek van Toll’s (1962a) afbeelding hierboven is ongeveer 45°. Emmet ea (1996a) tenslotte herhalen Hering’s uitspraak, schrijven in overeenstemming daarmee van een mondhoek van 20°, maar geven een overigens prachtige afbeelding van een zak die onder een hoek van ca. 70° bijna recht op het blad staat.

waardplanten

Lamiaceae, monofaag

Stachys officinalis.

In de literatuur wordt nog een aantal, zeer uiteenlopende, waardplanten genoemd (Echium, Marrubium, Ranunculus acer, Salix); waarschijnlijk gaat het telkens op van hun waardplant afgedwaalde larven.

fenologie

Herfst tot midden mei (Emmet ea, 1996a).

verspreiding binnen Europa

Van Letland tot het Iberisch Schiereiland, Italië en Albanië, en van Engeland tot Zuid-Rusland (Fauna Europaea, 2009). De soort is in 2018 in België ontdekt (Guido De Prins, in litt.).

larve

Beschreven door Suire (1961a).

literatuur

Baldizzone (1979a, 2004a), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Buhr (1937a), Chalmers-Hunt & Emmet (1971a), Emmet, Langmaid, Bland ao (1996a), Hering (1936b, 1957a), Ivinskis & Savenkov (1991a), Nel (1992b), Patzak (1974a,b), Razowski (1990a), Robbins (1991a), Segerer & Grünewald (2013a), Suire (1961a), Szőcs (1977a, 1981a), Toll (1952a, 1962a).

Laatste bewerking 29.x.2021