Elachista dimicatella Rebel, 1903

Lepidoptera, Elachistidae

mijn

De mijn begint enkele mm onder de bladtop, en daalt tot het tongetje af. Bij heel brede bladeren wordt alleen de helft van het blad gemineerd, bij smallere bladeren het hele blad, op een enkel streepje hier en daar aan de bladrand na. Frass in parallele strengen. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Alopecurus pratensis; Anthoxanthum odoratum; Calamagrostis arundinacea, villosa; Dactylis glomerata; Deschampsia cespitosa; Holcus mollis; Milium effusum; Phleum alpinum; Poa alpina, chaixii; Sesleria caerulea, sadlerana subsp. tatrae.

Voorkeur voor Deschampsia cespitosa en Sesleriasadlerana (Buszko & Baraniak, 1989b).

fenologie

Larven gevonden in eind juni, begin juli (Steuer, 1976a, Tatra).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Duitsland en Polen tot de Pyreneeën, Italië en Roemenië (Fauna Europaea, 2009).

larve

Lichaamsinhoud geel, integument kleurloos. Kop, prothorax en anale plaat zeer zwak gechitiniseerd. Prothorax met twee onduidelijke driehoekige platen, prosternum met een langerekte, in het midden wat versmalde en aan de voorzijde zwak gegaffeld scleriet (Steuer, 1976a).

opmerkingen

Gebergtesoort.

literatuur

Bidzilya, Budashkin & Zhakov (2016a), Buszko & Baraniak (1989b), Parenti & Varalda (1994a), Steurer (1976a, 1978a), Traugott-Olsen & Nielsen (1977a).

10/02/2017

mod 28.vi.2017