Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Elachista dispilella

Elachista dispilella Zeller, 1839

schapengrasmineermot

mijn

Lange wittige smalle gang die vanaf de bladtop afdaalt tot de bladbasis.

waardplanten

Poaceae, monofaag (?)

Festuca heterophylla, lemanii, ovina, psammophila, stricta subsp. trachyphylla.

Parenti & Varalda (1994a) noemen daarnaast
Corynephorus
canescens
, maar dat is mogelijk slechts een herhaling van een
oude, onbevestigde waarneming.

fenologie

Larven in Scandinavië in mei-juni (Traugott-Olsen & Nielsen, 1977a), maar meer zuidelijk in twee gescheiden generaties, in april en juni (Hering, 1957a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Van Fennoscandia tot de Pyreneeën en Italië, en van Frankrijk tot Roemenië (Fauna Europaea, 2010).

larve

Larve zeer lank, licht grijsgroen, met bruine kop en poten; prothorocale plaat met twee vrijwel parallele, naar achteren zwak uiteenwijkende lengtelijnen, die door een smalle kleurloze zone gescheiden zijn.

pop

Slank, licht geelbruin.

synoniemen

E. steueri, manni, jaeckhi, gebzeensis, alle vier beschreven door Traugott-Olsen, 1900 (Kaila, Baran & Mutanen, 2015a).

literatuur

Baran (2005a, 2009a), Baran, Mazurkiewicz & Pałka (2007a), Bidzilya, Budashkin & Zhakov (2016a), Buhr (1935b), Gaedike & Heinicke (1999a), Hering (1957a), Huemer (2012a), Kaila, Baran & Mutanen (2015a), Kaila, Nupponen, Junnilainen, Nupponen, Kaitila & Olschwang (2003a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Leutsch (2011a), Parenti & Varalda (1994a), Schütze (1931a), Sønderup (1949a), Sruoga & Ivinskis (2005a), Szőcs (1977a), Traugott-Olsen & Nielsen (1977a), Wörz (1957a).

10/02/2017

Laatste bewerking 23.xi.2017