Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Elachista dispunctella

Elachista dispunctella Dupunchel (1843)

mijn

De mijn begint als een fijn, wit gangetje vlak bij de basis van de bladschijf. De mijn stijgt op tot een eindweegs onder de bladtop en wordt uiteindelijk zo breed als het blad. De mijn is dan half-doorschijnend en geelwit, met de frass geconcentreerd in de basis. De larve mineert slechts één blad.

waardplanten

Poaceae, monofaag

Festuca ovina, rubra.

fenologie

Laren in juli en september-november (Heckford, 2010a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Van de Britse Eilanden en Duitsland tot de Pyreneeën en de Ukraine (Kaila, 2015a).

larve

Lichaam lichtgrijs, kop half-transparant roodbruin. Zie Heckford (2010b) voor een beschrijving en kleuren.

pop

Heckford (2010b).

synoniemen

Elachista cahorsensis Traugott-Olsen, 1992; hallini Traugott-Olsen, 1992; imbi Traugott-Olsen, 1992; intrigella Traugott-Olsen, 1992; karsholti Traugott-Olsen, 1992; mannella Traugott-Olsen, 1992; multipunctella Traugott-Olsen, 1992; nielspederi Traugott-Olsen, 1992; pocopunctella Traugott-Olsen, 1992; povolnyi Traugott-Olsen, 1992; punctella Traugott-Olsen, 1992; skulei Traugott-Olsen, 1992.

opmerkingen

Soort van kustgebieden: kalkgraslanden, maar ook kustheiden en klifkusten (Heckford, 2010b).

literatuur

Baldizzone & scalercio (2018a), Baran (2005a), Bidzilya, Budashkin & Zhakov (2016a), Bland (1996a), Buszko (1990a), Heckford (2010b), Hering (1957a), Kaila (2015a), Klimesch (1942a), Liška ao (2000a), Parenti & Varalda (1994a), De Prins (1998a), Pröse (1995a), Schütze (1931a), Sruoga & Ivinskis (2005a), Svensson (1966a), Szőcs (1977a), Traugott-Olsen (1992a), Traugott-Olsen & Nielsen (1977a), Vávra (2016a), Wörz (1957a).

Laatste bewerking 28.i.2021