Elachista eleochariella Stainton, 1851

waterbiesmineermot

mijn

Mijn bovenzijdig, begint een paar cm onder de bladtop. Een gangetje loopt in de richting van de top, keert daar om en daalt dan af, onderwijl breder wordend. Het laatste deel van de mijn beslaat de halve bladbreedte. De uiteindelijke gang is ca 6 cm lang, en is, op de laatste paar cm na, geheel gevuld met compacte zwarte frass (Bland, 1996a). Verpopping buiten de mijn; de pop zit zonder cocon aan de bladachterzijde bevestigd.

Buhr (1964a) beschrijft de mijnen in Eleocharis aldus: “De larve mineert in de dunste, bijna borstelvormige halmen een vanaf het aartje afdalende, bijna alzijdige mijn, waarin slechts hier en daar groene bandjes blijven staan. Frass zeer ijl, in uiterst fijne puntjes of draadjes”.

waardplanten

Cyperaceae, oligofaag

Eleocharis palustris; Eriophorum angustifolium, Carex flacca, nigra, panicea.

Traugott-Olsen & Nielsen (1977a) noemen nog Scirpus palustris, maar dit wordt door latere auteurs niet herhaald.

Beavan & Heckford (2013a) kweekten de soort van Carex nigra en panicea. Zij vragen zich of of vermeldingen van de andere genoemde waardplanten niet teruggaan op verwarring met Elachista albidella, die eveneens van die waardplanten is gekweekt, en die zonder genitaal-onderzoek niet te onderscheiden is van albidella.

fenologie

Larven in mei (Traugott-Olsen & Nielsen, 1977a), juni (Bland, 1996a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

NE waargenomen (Huisman & Koster, 1998a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Van Noord-Europa tot de Pyreneeën en Alpen, en van Ierland tot Roemenië (Fauna Europaea, 2010).

larve, pop

De larve en op worden beschreven en afgebeeld door Beavan & Heckford (2013a).

synoniemen

Biselachista eleochariella.

literatuur

Baran (2005a), Beavan & Heckford (2013a), Bland (1996a), Buhr (1964a), Huemer & Wiesner (1997a), Huisman & Koster (1998a), Sruoga & Ivinskis (2011a), Kuchlein & de Vos (1999a), Parenti & Pizzolato (2015a), Parenti & Varalda (1994a), Pelham-Clinton (1988a), Pröse (1995a), Robbins (1991a), Roweck & Savenkov (2007a), Schütze (1931a), Sruoga Ivinskis (2005a), Szabóky & Takács (2018a), Traugott-Olsen & Nielsen (1977a), Wegner (2010a), Wörz (1957a).

mod 27.xii.2019