Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Elachista herrichii

Elachista herrichii Frey, 1859

mijn

Na de overwintering bestaat de mijn uit en fijn, geelgroen, ondiep gangetje in het basale deel van het blad. Vandaar werkt de larve naar boven, waarbij de mijn de volle breedte krijgt van het blad. Als gevolg hiervan sterft het bovenste deel van het blad af, en kleurt donker roodbruin. Frass onregelmatig verspreid; verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Agrostis; Avenula pubescens; Bromopsis pannonica; Festuca arvernensis; Holcus; Koeleria glauca, “gracilis”, macrantha; Rostraria cristata.

Voorkeur voor open droge terreinen op kalk (Traugott-Olsen & Nielsen, 1977a).

fenologie

Minerende larven van de herst tot april, mei, en opnieuw van juli tot begin augustus (Traugott-Olsen & Nielsen, 1977a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van de Baltische Staten tot de Pyreneeën, Italië en Roemenië (Fauna Europaea, 2009).

larve

Dooiergeel met een brede wittige rugstreep; kop lichtbruin. Pronotum met een paar donkere, langerekte, naar achteren divergerende sclerietjes (Hering, 1957a; Hoffmann, 1893a; Traugott-Olsen & Nielsen, 1977a).

synoniemen

Elachista obscurella (Herrich-Schäffer, 1855); E. reuttiana Frey, 1859.

literatuur

Baldizzone (2004a, 2008a), Baran (2005a), Baran, Mazurkiewicz & Pałka (2007a), Bidzilya, Budashkin & Zhakov (2016a), Buszko (1990a), Hering (1957a), Hoffmann (1893a), Kaila, Nupponen, Junnilainen, Nupponen, Kaitila & Olschwang (2003a), Liška ao (2000a), Parenti & Varalda (1994a), Schütze (1931a), Sruoga & Ivinskis (2005a), Szőcs (1977a, 1981a, Traugott-Olsen & Nielsen (1977a), Wörz (1957a).

10/02/2017

Laatste bewerking 7.viii.2017