Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Elachista maculicerusella

Elachista maculicerusella (Bruand, 1859)

grijsgevlekte grasmineermot

op Poaceae

Elachista maculicerusella: mine on Holcus spec.

Holcus spec., België, prov. Limburg © Carina Van Steenwinkel

Elachista maculicerusella: mine on Holcus spec.

ander beeld

Elachista maculicerusella: mine on Holcus spec.

miijn in doorzicht

Elachista maculicerusella: larva on Holcus spec.

poprijpe larve

Elachista maculicerusella: mine on Holcus spec.

Phalaroides arundinacea, België, prov. Limburg © Carina Van Steenwinkel

Elachista maculicerusella: mine on Phallaroides arundincea

soms twee larven in een mijn

Elachista maculicerusella: pupa on Phallaroides arundincea

pop in een bladoksel

Cosmopterix scribaiella: mine on Phragmites australis

Phragmites australis, België, prov. West-Vlaanderen, Poperinge, Watou: Helleketelbos © Maarten Willems

Cosmopterix scribaiella: mine on Phragmites australis (detail)

detail, laatste deel van de mijn

Cosmopterix scribaiella: larva, ventral

larve, ventraal

mijn

Het eerste deel van de mijn is een lange, zeer smalle gang in de richting van de bladtop. Op zeker moment meert de richting van de mijn om en wordt deze breder, en neemt uiteindelijk de hele breedte van het blad in. Volgens Hering (1957a) is de mijn vlak en zeer ondiep, daardoor niet wittig maar lichtgroen. De frass aanvankelijk in het oudste, bovenste deel van de mijn, later in snoeren in de mijn. De larve kan een mijn verlaten en elders opnieuw beginnen. Normaliter maar één larve in een mijn, maar soms wel twee of drie mijnen in één blad. Verpopping buiten de mijn (Bland, 1996a; Traugott-Olsen & Schmidt Nielsen, 1977a).

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Agrostis; Alopecurus pratensis; Arrhenatherum elatius; Brachypodium; Bromopsis inermis; Calamagrostis epigeios; Dactylis glomerata; Elytrugia repens; Holcus; Phalaris canariensis; Phalaroides arundinacea; Phragmites australis; Poa compressa; Schedonorus pratensis; Triseum; Triticum.

Steuer (1987a) noemt de soort van Phalaroides arundinacea en Phragmites australis, en slechts incidenteel van Schedonorus pratensis.

fenologie

Larven in april-mei en in juli (Traugott-Olsen & Schmidt Nielsen, 1977a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa, met uitzondering van het Iberisch Schiereiland, mogelijk ook het Balkan-schiereiland (Fauna Europaea, 2009).

larve

Geelgroen, kop en pronotum lichtbruin; zie Steuer (1987a) voor een gedetailleerde beschrijving.

pop

Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Elachista cerusella (Hübner, 1796); E. monosemiella Rössler, 1881.

literatuur

Baran, Mazurkiewicz & Pałka (2007a), Bidzilya, Budashkin & Zhakov (2016a), Biesenbaum (1995b), Bland (1996a), Diškus & Stonis (2012a), Ford (1943a), Hering (1957a, 1963a), Kaila, Nupponen, Junnilainen ao (2003a), Kuchlein & de Vos (1999a), Leutsch (2011a), Parenti & Varalda (1994a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sønderup (1949a), Sruoga & Ivinskis (2005a, 2011a), Sruoga, StunþënaV & Paulavièiûte (2009a), Steuer (1987a), Szőcs (1977a, 1981a), Traugott-Olsen & Schmidt Nielsen, 1977a), Wieser (2018a).

Laatste bewerking 26.x.2019