Elachista ornithopodella Frey, 1859

Lepidoptera, Elachistidae

mijn

Het ei wordt in het najaar afgezet aan de bovenzijde van het blad, 3-4 cm onder de top. Van hier uit gaat een gangetje langs de bladrand naar de bladtop. Na de overwintering daalt de mijn dan af; de uiteindelijke mijn is wit, vlak, en het laatste deel neemt de hele breedte van het blad in beslag. Verpopping extern.

waardplanten

Cyperaceae, nauw monofaag

Carex digitata, montana, ornithopoda, sempervirens.

fenologie

Larven van het naajaar tot begin juni.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Van Finland tot Noord-Italië, en van Duitsland tot Roemenië (Fauna Europaea, 2010).

larve

Beschreven door Steuer (1987a). Gelig, kop bruin; volgroeide larven met een paar brede, rode, dorso-laterale lengtelijnen. De dorsale sclerieten op de prothorax zijn betrekkelijk zwak ontwikkeld.

pop

Beschreven door Patočka (1999a), Patočka & Turčáni (2005a).

literatuur

Hering (1957a), Parenti & Pizzolato (2015a), Parenti & Varalda (1994a), Patočka (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), Siloaho, Saarela & Sippola (2008a), Steuer (1987a), Traugott-Olsen & Nielsen (1977a).

12/01/2017

mod 28.vi.2017