Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Elachista regificella

Elachista regificella Sircom, 1849

mijn

Het ei wordt gewoonlijk aan de onderzijde van de tophelft van een blad afgezet. Van september tot eind februari wordt een zeer smalle mijn gemaakt, niet langer dan 3 cm, parallel aan een nerf. Dan verbreedt de mijn zich plotseling tot bijna de volle breedte van het blad. De frass is geconcentreerd in het overgangsgebied van het ene mijntype naar het andere. In het brede gemineerde deel wordt de bovenepidermis blaarvormig en wordt het blad vervormd. Larven kunnen een nieuwe mijn maken, uiteraard zonder begingang; hier is de frass geconcentreeerd rondom het gaatje waardoor de larve naar binnen is gekomen. De larve verlaat regelmarig zijn mijn om in een andere blad te herbeginnen. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Juncaceae, monofaag

Luzula sylvatica.

fenologie

Larven mineren van het najaar tot midden juni Langmaid (2007a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009); zie echter de opmerking hieronder.

verspreiding binnen Europa

Engeland, Roemenië (Fauna Europaea, 2009).

larve

Kop bleek honingkleurig, moonddelen wat donkerder; prothorcale plaat, anale plaat, en borstpoten eveneens; lichaam zwartgroen (Langmaid, 2007a).

synoniemen

De beschrijving van E. regificella door Steuer (1980a) heeft betrekking op geminatella (Parenti, 2005a).

opmerkingen

Bij de revisie van de E. regificella soortengroep door Kaila ea (2000a) bleek dat onder deze naam drie soorten schuilgingen: naast de echte regificella ook geminatella en tengstromi. Het lijkt erop dat regificella alleen voorkomt op Luzula sylvatica, geminatella op L. campestris en multiflora, en tengstromi op L. pilosa. Als dat juist is, zou de mededeling door Langohr (1975a) dat hij materiaal kweekte uit L. sylvatica in Zuid-Limburg er op duiden dat regificella in Nederland voorkomt.

Parenti & Varalda (1994a) melden nog L. luzuloides als waardplant van “regificella”; op welke van de drie soorten dit betrekking heeft is niet duidelijk.

literatuur

Beiger (1958a), Bidzilya, Budashkin & Zhakov (2016a), Bland (1996a), Bland & Knill-Jones (1988a), Buhr (1935b), Ford (1943a), Heckford (2008a),Kaila, Bengtsson, Šulcs & Junnilainen (2001a), Kaila & Langmaid (2005a), Langmaid (2007a), Langohr (1975a), Parenti (2005a), Parenti & Varalda (1994a), Patočka (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Sønderup (1949a), Steuer (1980a).

03/04/2017

Laatste bewerking 13.ii.2018