Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Elachista rufocinerea

Elachista rufocinerea (Haworth, 1828)

rossige grasmineermot

mijn

Vlakke, doorzichtige mijn die zowel in de richting van de bladbasis als de -top kan lopen; de breedte varieert, kan zo breed zijn als het hele blad. Frass spaarzaam, grijs, verspreid. De larve maakt gewoonlijk verscheidene mijnen.

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Arrhenarherum elatius; Holcus mollis; Schedonorus arundinaceus.

Traugott-Olsen & Nielsen (1977a) noemen alleen Holcus mollis.

fenologie

Larven in het vroege voorjaar (Bland, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Van Denemarken tot de Pyreneeën, Italië en Griekenland, en van Ierland tot Roemenië (Fauna Europaea, 2009).

larve

Vuilgeel, van boven grijsgroen; kop bruin, prothoracale plaat bruin met een smalle split (Bland, 1996a). Hering (1957a) schrijft dat de larve een rij van donkere ventrale vlekken heeft!

literatuur

Bidzilya, Budashkin & Zhakov (2016a), Bland (1996a), Hering (1957a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ellis (2007a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Parenti & Varalda (1994a), De Prins (1998a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Szőcs (1977a), Traugott-Olsen & Nielsen (1977a).

Laatste bewerking 7.ii.2021