Elachista tetragonella (Herrich-Schäffer, 1855)

mijn

Witte, niet erg opgeblazen, langgerekte mijn in het topgedeelte van het blad; de mijn loopt bijna altijd in de richting van de bladtop. Frass onregelmatig verspreid. Verpopping extern.

waardplanten

Cyperaceae, nauw monofaag

Carex montana.

fenologie

Larven in april- eind mei (Traugott-Olsen & Nielsen (1977a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa

Van Fennoscandia tot Spanje en Italië, en van Frankrijk tot Bulgarijë (Fauna Europaea, 2010).

larve

Beschreven door Schütze (1931a) en Steuer (1978a). Vuilgeel met een paar grijze dorsale lengtelijnen; kop en pronotum gelig.

pop

Beschreven door Patočka (1999a), Patočka & Turčáni (2006a).

literatuur

Arbeitsgemeinschaft Microlepidoptera Bayern (2011a), Bidzilya, Budashkin & Zhakov (2016a), Buschmann, Fazekas & Pastorális (2011a), Hering (1957a), Huemer (1986b), Kaila, Nupponen, Junnilainen ao (2003a), Liška ao (2000a), Parenti & Varalda (1994a), Patočka (1999a), Patočka & Turčáni (2006a), Schütze (1931a), Steuer (1978a), Szőcs (1977a), Traugott-Olsen & Nielsen (1977a), Wörz (1957a).

mod 24.i.2020